Zonnebloemen uit de Achterhoek
In 2019 gingen Niek en Elze Sloetjes van start met hun kwekerij ’t Sonnevier. Wat klein en romantisch begon, is uitgegroeid tot een professionele onderneming met 15 hectare zomerbloemen.
Sonnevier is oud-Nederlands voor ‘vlammen van de zon’. Van juni tot eind oktober straalt inderdaad een gele gloed van Sunrich Orange zonnebloemen over 4 hectare zandgrond. Maar op percelen daarnaast bloeien inmiddels ook dille, Daucus, Achillea, akelei en Amaranthus. Niek: “In het begin deden we alles zelf: het kweken en oogsten, maar ook het binden van de boeketten voor de lokale verkoop. Maar we merkten al snel dat we moesten professionaliseren om rendabel te zijn.” Het sorteren en bundelen is inmiddels overgenomen door een bosmachine en waar vroeger de eigen auto werd volgeladen, rijdt tegenwoordig vanaf juni dagelijks een vrachtwagen richting Ede.
Continuïteit
Met tien medewerkers in de piekperiode is ’t Sonnevier geen kleine kweker meer. “Omdat we geen arbeidskrachten konden vinden in eigen regio, werken we met Poolse medewerkers. Werving en huisvesting regelen we zelf. Zo nodig schakelen we soms ook een uitzendbureau in. We zorgen goed voor onze mensen en spreken inmiddels een paar woordjes Pools. Op deze manier kunnen we de continuïteit in de oogst goed waarborgen en houden we tijd over voor andere zaken, zoals het verkennen van nieuwe markten. Mogelijk gaan we ook weer zelf boeketten samenstellen van kleinere soorten. Die willen we dan via Plantion aanbieden.”
Goed inschatten
De samenwerking met Plantion verloopt wat Niek en Elze betreft erg prettig. “We maken steeds handiger gebruik van de veilingklok in Ede. Met Klok Voorverkoop kunnen we de vraag goed inschatten. Als we zien dat 25 procent van een partij al verkocht is, kunnen we de prijs wat bijsturen en eventueel meer aanvoeren. We snappen inmiddels hoe het spel werkt. Bij weinig vraag verdienen we minder, als de vraag er wel is krijgen we een betere prijs. Uiteindelijk gaat het om de gemiddelden over het hele seizoen.”
Het valt hen op dat de vraag per regio over nog wel is verschilt. Waar dille op andere veilingen soms moeizaam loopt, is de vraag bij Plantion groter. "De kopersgroep in Ede heeft echt een eigen karakter. Daar spelen we op in door een constante aanvoer te garanderen. Plantion waakt ervoor dat we niet met te veel kwekers op hetzelfde product zitten en zorgt voor een mooie plek in het zicht vanaf de tribune.”
Aandacht voor omgeving
’t Sonnevier is MPSA+ gecertificeerd. Zelf praten de eigenaren liever over 'een gangbaar bloemenbedrijf met aandacht voor de omgeving’.“We schoffelen en brengen vaste stalmest op het land. Een deel van de gewassen telen we zonder beschermingsmiddelen. Vaak is dat een kwestie van uitproberen. We starten dan zonder middelen en merken gaandeweg of we moeten bijsturen. Ridderspoor is bijvoorbeeld gevoelig voor or valse meeldauw, maar de klant zit niet te wachten op bloemen met bruin blad. Het blijven sierteelt producten en die moeten er goed uitzien.” Omdat er weinig vergelijkbare kwekerijen in de Achterhoek zijn, is sparren met vakgenoten soms lastig. Niek: “In het Westland doet de buurman hetzelfde als jij en kun je makkelijk inzichten delen. Ik moet vaak zelf het wiel uitvinden en dat is soms een uitdaging."
Langer op de vaas
De eerste jaren leverde ’t Sonnevier stelen van lengte 72, daarna verschoof de vraag naar langere stelen. Niek en Elze gingen daarom met ruimere zaaiafstanden werken. “Dat resulteert in een kwalitatief zwaarder product dat langer mooi blijft op de vaas.” In hun proeftuin experimenteren ze intussen verder met nieuwe soorten.
Daucus carota Dara wordt al op redelijk grote schaal gekweekt. “Dat is een mooie roze wilde peen, die soms nog wil terugspringen naar wit. Dat soort puzzels mogen we als kweker zelf leggen, maar dat is ook wat ons vak interessant maakt en waarvan we genieten.”