Bloementelers zijn ook natuurliefhebbers
Het is een van de belangrijkste vraagstukken in de sector: hoe kunnen telers met minder chemische gewasbeschermingsmiddelen toe? Volgens Jan Hardeman van onderzoeksbureau Eurofi ns Agro in Wageningen is er nog een weg te gaan, maar gaat het de goede kant op. “Een teler wil niets liever dan een mooi en milieuvriendelijk product leveren.”
Zelf denkt Jan Hardeman graag terug aan de tijd dat hij zijn opa in de groentetuin mocht helpen. Later, na een studie plant weten - schappen en internationale tuinbouw, deed hij ervaring op met het aanleggen van siertuinen en verkocht hij laanbomen. Die combinatie van theorie en praktijk viel in 2010 op zijn plek bij zijn aanstelling als accountmanager bij Eurofins Agro. “We verrichten veel onderzoek in samenwerking met universiteiten, maar zelf vind ik het vooral leuk om te kijken wat een teler daar concreet mee kan.”
Genieten
De berichten in de (social) media liegen er niet om, ziet ook Jan. Een bos bloemen wordt ‘een bosje gif’ genoemd en telers zijn ‘mannen die verboden middelen spuiten’. Volgens hem klopt dat beeld niet: “Een teler wil niks liever dan mooie producten maken voor huis en tuin en de openbare ruimte. Hij is geen teler geworden om te spuiten, maar om met zijn gewas bezig te zijn: snoeien, oogsten, selecteren. Net als iedereen wil hij ook genieten van de natuur.”
Meten is weten
Wat het moeilijk maakt, is dat consumenten die bloemen en planten kopen een perfect product willen. Bloemen en planten kweken is dan ook topsport, zegt Jan. “Nederland is daarin kampioen, de hele wereld kijkt naar ons. Onze kassen zijn hightech.” Met vakmanschap en techniek zit het in Nederland dus wel goed. Maar wat als er toch ineens plaagdieren in je kas zijn? Jan heeft een duidelijk advies: meten is weten! “Met sensoren en laboratoriumanalyses kun je goed zien of een plant onder optimale condities groeit. Pas als je weet wat er in je substraat en in je water zit, weet je wat je nog aan bemesting moet toevoegen. Het luistert nauw, want elk gewas is anders en alles moet kloppen. Maar als je het goed doet, heb je geen of minder chemische gewasbeschermingsmiddelen nodig.”
Schadelijke organismen
Jan erkent wel dat de omstandigheden lastig kunnen zijn. “Soms zijn er gewoon van nature veel schadelijke organismen aanwezig. Het is dan de uitdaging die tegen te houden. Je kunt in de kas insectengaas voor de ramen te plaatsen, planten veredelen die resistent zijn of planten zo sterk maken dat een plaag of ziekte minder kans Daarnaast wordt er al volop samengewerkt met de natuur door het inzetten van van biologische bestrijders (zie tabel). Zorg daarbij voor de juiste voeding, voldoende zuurstof en goede micro-organismen rondom de plantenwortel. En combineer dat met een optimaal klimaat rondom de bladeren zodat een plant goed kan groeien.”
Test bij Plantion
Naar aanleiding van vragen uit de markt willen we dat duidelijk is welke middelen er op bloemen en planten zitten die via Plantion worden verhandeld. Door die transparantie te bieden, kunnen klanten bij het inkopen bewustere keuzes maken. We hebben Eurofins Agro gevraagd een aantal producten te testen. De resultaten van dit soort tests onderbouwen de goede stappen die onze aanvoerders zetten en kunnen in de toekomst inkopers het inzicht geven dat zij nodig hebben richting de consument. Het is een proces waarin al veel dingen goed gaan en ook nog verbeteringen nodig zijn. Kwekers die zich positief onderscheiden geven we graag het podium en de aandacht die zij verdienen.
Biologische bestrijders in glastuinbouw
Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek werden in 2024 op 94 procent van het totale Nederlandse areaal glastuinbouw, biologische bestrijders ingezet tegen plagen. Dit gaat vooral om roofmijten, rooftripsen, sluipwespen en galmuggen en om roofwantsen, -vliegen en -kevers.
