Naar beneden Naar boven

Pioniers in de polder

NAAM Dieter Baas BEDRIJF Baas Pot- en Tuinplantenkwekerij WAAR Enserweg 4, Ens.

In Noord-Brabant was geen plek meer. Grootvader Wouters kon simpelweg niet ál zijn zoons boer maken. Dus trok zoon Jo in de vijftiger jaren eropuit, naar de pas drooggelegde Noordoostpolder. Kaal, kaarsrechte wegen, de wind had er vrij spel. Maar het was een goede keuze. Aan de Enserweg in Ens zitten nu twee van de grootste perkplantenkwekers van Europa: links van de weg Wouters, rechts Baas.

‘Iedereen zat in hetzelfde schuitje’

De bedrijven staan op wat ooit de bodem van de Zuiderzee was. Met het oog op de voedselvoorziening besloot de regering in de jaren dertig dat er een gedeelte moest worden drooggelegd. De naam ‘Noordoostpolder’ riep asso- ciaties op met guur, ver-weg, desolaat. Maar het was nieuw en, belangrijk in die periode, het bracht werk met zich mee.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog ging de drooglegging gewoon door. In het ‘Grote Duitse Rijk’ dat Hitler voor ogen had, was een extra polder voor de productie van voedsel immers meer dan welkom. Na de oorlog trokken de eerste pioniers ernaartoe. De grond was er vruchtbaar en uitermate geschikt voor pootaardappelen. Een strook zandgrond bij het plaatsje Ens was een minder geschikt voor akkerbouw. Hier staan de bedrijven van Wouters en Baas.

Solliciteren bij de koningin

René Wouters (52) is samen met zijn broer Ad eigenaar van Kwekerij Wouters. Ze namen het bedrijf over van hun vader Jo. “Mijn vader heeft hier eerst een tijdje bij een tuinder in de kost gezeten. In 1955 kreeg hij, na een intensieve sollicita- tieprocedure, vier hectare toegewezen waarop hij een bedrijf startte in volle- grondgroenten.”

Die sollicitatieprocedure was volgens René geen sinecure; alleen de beste boeren van het land kregen een stuk
nieuwe, vruchtbare grond. “Als je geïnteresseerd was, moest je een sollicitatie- brief sturen naar de koningin. Onderdeel van de procedure was een huisbezoek van de selectiecommissie. Waar je in Nederland ook woonde, er kwam hoog bezoek omdat men wilde weten wat voor vlees ze in de kuip hadden.

Zelfs opa Wouters werd gecontroleerd: “Zag zijn erf er netjes uit, lag de kleding recht in kast?” Het werd goed bevonden. Zoon Jo Wouters werd uitverkoren om te pionieren in de polder. “Je was een geluk- kig man, hoor, als je naar het beloofde land mocht. Zo voelde dat toen.”

In hetzelfde schuitje
Ook Dieter Baas (39) runt samen met zijn broer (Jarno) een kwekerij die ze overnamen van hun vader. Arie Baas stichtte in 1977 het familiebedrijf, nadat ook hij een brief aan de koningin had geschreven. Anders dan rond 1950 was dat vooral een formaliteit, al kwam het nog steeds af en toe voor dat je werd afgewezen. Ook was het huisbezoek inmiddels afgeschaft.

Zeker in de eerste jaren was er sprake van een soort ‘Noordoostpolder-broe- derschap’, een gevoel van pioniers onder elkaar. Wouters: “Iedereen was nieuw en zat in hetzelfde schuitje. Mensen hielpen elkaar. Daardoor hadden mijn ouders geen heimwee, hoewel het leven hier natuurlijk anders was dan in het Brabantse dorp waar ze vandaan kwamen.” Alles moest nog worden opgebouwd, zegt Wouters. “Dit gebied is gemaakt op de tekentafel. Van alles kwamen er drie: drie scholen, drie kerken. Een voor de Rooms-Katholieken, een voor de protestanten en een openbare.” Dieter Baas: “Hoe ouder ik word, hoe ster- ker ik me verbonden voel met de polder. De innovatieve pioniersmentaliteit die hier heerst, waardeer ik steeds meer. Niet voor niets zitten hier twee van de groot- ste perkplantkwekerijen van Europa.”

Wouters: “Als je van grond af aan iets opbouwt, heeft dat grote invloed op je werkhouding. Je wilt vooral één ding
en dat is volgend jaar nog bestaan. We hebben dit bedrijf voorzichtig uitgebouwd. Het gaat goed. Onze boekhouder geeft ons weleens een por: ‘Joh, wees niet zo bescheiden’. Maar ja, ik ben gewoon altijd bezig met m’n boeltje. Als het jarenlang overleven is geweest, krijg je die voorzichtige hou- ding er echt niet uit.”

Vrolijkheid in de tuin
De twee succesvolle kwekers doen het ieder op hun eigen manier. Ze lopen de deur niet bij elkaar plat, maar overeen- komsten zijn er wel. Anno 2017 steken weinig mensen energie in de tuin; ze willen direct genieten zonder zich eerst te verdiepen in zaai-, plant- en bloeitijd. Baas treedt deze trend tegemoet met het concept ‘Bloeiende Blijmakers’. Dieter Baas, naar buiten wijzend: “Dit is onze proeftuin. We testen hier welke combina- ties van genetica goed werken in een pot. Waarmee kunnen we onze klanten verras- sen? Mijn broer en ik zijn opgegroeid met het uitgangspunt: de mooiste planten krijgen de hoogste prijs. Kwaliteit, kwaliteit, kwaliteit: dit is er met de paplepel ingegoten. Meer dan onze vader focussen wij op de consument: wanneer is hij blij? Daarom werken we nauw samen met veredelaars. We willen altijd voorzien worden van de nieuwste producten en nieuwste kleuren. Als wij verkopen aan supermark- ten, is de consument van die supermarkt ons uitgangspunt.”
Wouters heeft een heel eigen concept neergezet, Festival Colours. “Met de beste genetica die we hebben. Het gaat om grote planten en potten-met-een-mooie- mix. Een feest in de tuin en in het schap.” Met een eigen cash & carry aan huis,
zijn de perkplanten van Baas en Wouters supervers wanneer de klant ze koopt. Net als vroeger voert kwaliteit aan de Enserweg de boventoon, nu op een moderne manier. En nog steeds zijn de wegen in de polder kaarsrecht. Dieter Baas memoreert de afstand tot de middelbare school: twaalf kilometer heen en twaalf kilome- ter terug. “Maar dat geldt voor elk kind uit het dorp. Ook dat schept een onderlinge band.”

 

Terug naar overzicht