fbpx
Naar beneden Naar boven

‘Maak het makkelijk, en maak het extravagant!’

We spreken Kloppenburg (58) in zijn kantoor in De Lier, tussen twee zakenreizen door. Hij is net terug uit Shanghai en de koffers zijn alweer gepakt voor Colombia. Toch straalt hij rust uit, hij is het drukke leven gewend. Zijn roots liggen in Gelderland; zijn vader teelde fruit in Elst en hij deed de opleiding HEAO Commercieel in Arnhem. Voor een baan bij Cebeco Handelsraad verhuisde Kloppenburg naar het Westen. Een overstap naar Syngenta bracht hem vervolgens in contact met de wereld van veredelen en vermeerderen. In 1992 vond hij zijn bestemming bij het familiebedrijf Fides, dat na tal van fusies en acquisities sinds 2015 onder de naam Dümmen Orange opereert.Op 1 november dit jaar vierde Kloppenburg in De Lier zijn 25-jarig jubileum.

Hoe was de situatie toen u bij Fides begon? 
“Het was een familiebedrijf van Jan van Dijk en zijn vrouw Nel. We maakten stekjes voor chrysanten, potplanten en perkgoed. Een jaar nadat ik in dienst was getreden, werden we overgenomen door de Japanse bierbrouwer Kirin. Kirin wilde ook een rol spelen in veredeling en kocht wereldwijd bedrijven op.

Alles werd samengevoegd onder de Kirin Agribio Groep. Inmiddels was ik algemeen directeur van Fides geworden en we draaiden goed. Maar binnen de groep ontbrak de synergie.”

Hoe ging u daarmee om?
“Het was inmiddels 2008, de financieel economische crisis was net begonnen. Ik dacht: moet ik hier weg of gaan we het anders doen? Toen hebben we het initiatief genomen tot een manage- ment buy out, samen met de bank en H2 Private Equity. Door de crisis hadden we meer vermogen nodig dan gedacht, maar dat hebben we gevonden. In 2009 kochten we alle bedrijven binnen Agribio. Vervolgens zijn we teruggegaan naar de core business: het vermeerderen, veredelen en vermarkten van uitgangsmateriaal. Dat ging goed, we namen veel bedrijven over en groeiden ook organisch. Uiteindelijk fuseerden we met een andere grote speler op de wereldmarkt, het Duitse bedrijf Dümmen.”

Vanwaar die stap?
“De fusie gaf ons direct een wereld- positie in veel producten, waaronder perkgoed en potplanten. Van daaruit konden we doorgroeien en ook marktleider worden in snijbloemen,succulenten en bollen. Met vestigingen in 15 landen, dagelijkse distributie naar 65 landen en ruim 7 duizend medewerkers zijn we de grootste speler op het gebied van veredelen en vermarkten in de wereld. Op jaarbasis verkopen we 1,5 miljard stekjes.”

Het nieuwe bedrijf kreeg de naam Dümmen Orange. Waarom?
“Dümmen verwijst naar de veelheid aan onderliggende familiebedrijven en Orange verwijst naar de Nederlandse tak. Beide elementen zie je ook terug in ons logo. De blaadjes vormen samen een grote, oranje O en symboliseren de familiebedrijven.”

Wat is uw huidige rol?
“Ik behoor tot de directie. Mijn verantwoordelijkheden zijn commercie & marketing en de integratie van nieuwe bedrijven. Het komt erop neer dat ik continu de hele wereld overvlieg. We zitten in alle continenten en ik heb alle locaties al wel een keer bezocht.”

U overziet de wereldmarkt. Wat ziet u?
“Een duidelijke verschuiving naar opkomende landen als China, India en Vietnam. In traditionele markten zoals de VS is sprake van een licht dalende tendens. Ook in Nederland is de markt verzadigd. Toch zijn er kansen, want de bloemenconsumptie neemt niet toe maar de differentiatie wel. De ene consument wil verrast worden door creatieve boeketten, de andere zoekt vooral convenience. Bloomon haakt succesvol in op het laatste: voor 17 euro 50 krijg je elke 2 weken bloemen toegestuurd. Je hoeft ze alleen maar met elastiek en al in de vaas te zetten.”

Wat moet de Nederlandse bloemist doen?
“Het is belangrijk dat hij zich in de consument verplaatst, zich afvraagt waarom hij bloemen of planten koopt. Waardoor wordt iemand getriggerd? Nou, waarschijnlijk niet meer door gesponsorde tuinprogramma’s op tv. Wel door zoiets als Bloomon. In veel landen is het nog zo dat als je bloemen krijgt, je oprecht blij bent. In Nederland worden bloemen en planten helaas niet meer als iets bijzonders gezien. Dat hebben we zelf veroorzaakt door massaproductie te verkopen en deze bijna gratis weg te geven – dan kan het toch ook niet veel zijn? De vraag is hoe we bloemen en planten hier weer sexy maken.”

Heeft u suggesties?
“Een blok met nieuwe producten of noviteiten op de klok kan de bloemist zeker helpen om hun klanten te verrassen. Dat geldt dan voor de segmenten midden en hoog. Maar creativiteit en convenience zijn wat mij betreft belangrijker. Maak verrassende combinaties met bestaande producten. En maak het de consument makkelijk. Het gaat erom mensen van onder de 35 jaar te bereiken. Hoe bereik je dat zij bloemen en planten gaan kopen? Mijn vrouw koopt haar bloemetje wel, mijn dochter niet. Die moet je verleiden, want zij is de toekomst.”

Wat kan Plantion daar verder aan bijdragen?
“Ik denk dat Plantion een inspiratiecentrum kan zijn voor haar bloemisten. Een plek waar de bloemist kan zien en leren hoe hij geld kan verdienen. De consument koopt geen product maar een emotie, de X-waarde. Nodig af en toe eens een couturier uit, of een interieurarchitect of een industrieel ontwerper – zij weten hoe ze mensen in het hart kunnen raken. Neem Elon Musk. Die bouwt een Tesla waar niemand om heeft gevraagd en het verkoopt! Kijk wat je daar als bloemist van kunt leren. Maak bloemen en planten weer spannend. Maak het makkelijk en maak het extravagant. Durf het anders te doen.”

Hoe ziet u dat in de praktijk, zo’n inspiratiecentrum?
“Als er één partij is die dat voor elkaar kan krijgen, dan is het Plantion. De bloemisten zitten allemaal ‘om de hoek’ en komen regelmatig in Ede. Geef ze mooie producten maar vooral: inspireer ze. Zorg dat zij met originele concepten weer aansluiting kunnen vinden bij de veeleisende of juist op gemak gestelde consument.”

Terug naar overzicht