Naar beneden Naar boven

Cooperatie is verlengstuk van je bedrijf

Op de komende ledenvergadering in december is Hans de Leeuw herkiesbaar als bestuurslid van Plantion. De sierfruitteler vindt het nog steeds leuk om namens de leden een bijdrage te leveren aan de continuïteit van de coöperatie.

Het is eind juni. Nederland hapt naar adem na weer een paar hoosbuien. Hans de Leeuw heeft genoeg tijd voor een gesprek. De akkers achter zijn boerderij in Lopik zijn toch te nat om er iets te kunnen doen. Hij wijst het gedeelte aan waarmee hij zijn brood verdient: 7,5 hectare pompoenplanten. Van het sierfruit zelf is nog weinig te zien, dat moet nog groeien. Dan om de boerderij heen, even de dijk op. Op een bordje staat ‘Salmsteke’. We kijken uit op een schitterend, langgerekt recreatieterrein in de uiterwaarden van de Lek. Hans is er beheerder, precies zoals zijn vader dat vroeger deed. Het is een prachtige plek voor evenementen en dagjesmensen. En je kunt er ook… fierljeppen? Hans: “Zo noemen de Friezen het. Wij zeggen gewoon polsstokverspringen.”

Nieuwe weg inslaan

Terug naar het huis. Hans (47) is er geboren en getogen. Hij bewoont met vrouw en twee zoons de ene helft, zijn ouders de andere. “Mijn vader had hier een gemengd bedrijf met akkerbouw en varkens. Toen ik na de MAS het bedrijf overnam, was het bedrijf te klein geworden om op dezelfde manier door te gaan. Ik moest een nieuwe weg inslaan, wist alleen nog niet wat.” Gelukkig liep hij Kees van de Oever tegen het lijf. De keurmeester van Veiling Vleuten adviseerde om rustig uit te zoeken wat hem het beste paste. Via zonnebloemen, zomerbloemen en artisjokken werd het sierfruit. Ook wel aangeduid met kalebassen of pompoenen.

Weten wat je doet

Hij behoort tot de hooguit tien bedrijven in Nederland die op deze schaal sierfruit kweken, zegt Hans en beschrijft dan een jaarcyclus. Begin april voorzaaien en opkweken in trays, enkele weken later de plantjes in de koude grond. Daarna groeien en bestuiven. En van augustus tot eind oktober oogsten. Hans: “De kleigrond is erg geschikt voor kalebassen, maar je moet ook goed weten wat je doet. Je   ontwikkelt je eigen manier van sorteren, wassen en drogen en zorgt dat de kwaliteit constant blijft. Mijn eindproduct lever ik in een netje met barcode, dat zorgt voor meerwaarde.”

Ouderwets schoffelen

Strikt genomen is hij geen biologisch bedrijf, maar bepaalde biologische principes past hij graag toe. In de lente en vroege zomer is het bijvoorbeeld ouderwets schoffelen geblazen. “Er zijn geen goede bestrijdingsmiddelen voor deze planten. Maar schoffelen is ook goed, het brengt lucht in de grond. We werken ook veel met compost, want hoe beter de bodem hoe sterker de plant.” Voor de bestuiving heeft hij een bijenvolk met 50 duizend ‘werkers’. “Daar ben ik erg zuinig op, de bijen moeten zich thuis voelen in mijn gewas. We zorgen goed voor elkaar.”

Leven met de natuur

Het leven van een pompoenenkweker kent weinig zekerheden. “Je bent afhankelijk van de grillen van het weer, de markt en van de regels die worden opgelegd. Dus als je er geen passie voor hebt, moet je er niet aan beginnen.” Hans kan zich geen ander leven voorstellen. “Ik mag leven met de natuur en ik mag oogsten van de natuur. Dat is voor mij rijkdom.” Om het economische risico toch wat te spreiden, trad Hans in de voetsporen van zijn vader als beheerder van Salmsteke. “Het is een mooie combinatie en het levert wat geld op.”

Niet achterover zitten

De weg van zijn sierfruit naar bloemisterij en tuincentra verloopt via de veiling. “Ik zie de coöperatie als een verlengstuk van mijn bedrijf. Je afzet wordt georganiseerd en je geld is gewaarborgd. Maar dat betekent niet dat je als kweker achterover moet gaan zitten. Contact houden met de kopers is belangrijk. Het gaat om het samenspel tussen kweker, veiling en klant en daar moet jij ook je bijdrage aan leveren.”

Jong broekie

Ongemerkt is Hans nu in de rol van bestuurslid van Plantion gekropen. Hij zit alweer zes jaar in het bestuur, nadat hij dat ook al een periode bij Veiling Vleuten had gedaan. In 2017 zwaaien de eerste mensen af. Dat spijt hem: “We zijn een hecht team en werken goed samen. Met elkaar en ook met de Raad van Commissarissen en de directie.” Hij had het vroeger nooit kunnen denken. “Toen André van Kruijssen en Kees van de Oever een kop koffie kwamen drinken, zei ik eerst nee. Ik was een jong broekie. Toen vroegen ze het nog een keer… Het bleek goed bij me te passen, ze hadden het goed gezien!”

Visie uitstippelen

Hans vertelt wat het bestuurslidmaatschap voor hem zo leuk maakt: “Voor je eigen bedrijf stippel je een visie uit en zorg je dat er continuïteit is. Het is mooi om dat als afgevaardigde van de leden ook voor de coöperatie te kunnen doen. We leven als bestuur niet met de waan van de dag, maar kijken puur naar de toekomst. Bij de fusie hebben we bijvoorbeeld bewust gekozen voor de fysieke klok. De eerste jaren in Ede waren best moeilijk, maar nu zie je dat we de goede keuze hebben gemaakt.” De toekomst van Plantion ziet hij dan ook rooskleurig in. “Het wordt alleen maar mooier, ook gezien de ontwikkelingen binnen de sector. Natuurlijk wordt het digitale kanaal belangrijk, maar er blijft altijd een groep kopers die wil voelen, zien en ruiken. Die mogelijkheid biedt Plantion.”

Terug naar overzicht